Je schrijfwerk uitstellen… wat doe je daar aan?

schrjiven frustratieIedereen doet het weleens: schrijftaken uitstellen. Je weet al dagen dat je iets moet schrijven, maar je gaat er maar niet voor zitten. Andere dingen lijken belangrijker. Hoe kun je daarmee omgaan? De belangrijkste hulpmiddelen daarbij zijn een kookwekker en pen en papier.

Maak eerst een stappenplan. Verdeel je schrijftaak in kleine subtaken van ongeveer een halfuur. Bepaal wat de meest voor de hand liggende eerste taak is. Die moet klein en overzichtelijk zijn. Dus niet ‘hoofdstuk 4 schrijven’ maar ‘alinea-indeling bedenken voor hoofdstuk 4’.

Zet dan de wekker – of de timer van je mobiel – op dertig minuten. Schrijf door; werk geconcentreerd en doelgericht. Laat je door niets en niemand afleiden. Je mobiele telefoon staat uit. Gaat de pieper, neem dan tien minuten pauze. Daarin haal je koffie of thee, kijk je uit het raam en strek je je lekker uit. Nu eventjes geen beeldscherm, tot je je stort op de volgende schrijfsprint van een halfuur. Reken maar dat het werkt!

Meer inspiratie: kijk op www.strategischlui.nl. Daar vind je het ‘Pomodoroprincipe’, een techniek om stapsgewijs te werken en fit te blijven.

Laat je teksten niet ‘verwelken’

Verwelkte bloemenVaak gebruiken mensen het woord ‘welke’ als het eigenlijk ‘die’ of ‘dat’ moet zijn. Bijvoorbeeld: ‘U kunt op onze website een vragenlijst invullen welke u vindt op de pagina Verhuizingen’. Ze willen dan vaak deftig doen.

Het woord ‘welke’ klinkt stoffig wanneer het de plaats inneemt van ‘die’ of ‘dat’. Je zou nooit tegen je vrienden zeggen: ik heb een nieuwe auto gekocht welke rood is. Dan verklaren ze je voor gek. Je kunt ‘welke’ overigens wél prima gebruiken in een vragende zin: ‘Welke informatie wilt u precies ontvangen?’

Er zijn veel teksten die aan de welke-ziekte lijden. Let bijvoorbeeld eens op de foto-etalages van makelaars: ‘een sfeervol balkon welke zich op de tweede verdieping bevindt’. Of: ‘de ruime living welke is voorzien van een open haard’.

Een huis dat wordt aangeprezen met ‘welke’ zou ik niet graag kopen. De makelaar doet verdacht deftig. Waarschijnlijk is het gewraakte w-woord nodig om een doodgewoon huis toch nog iets te laten lijken. Mijn taaltip luidt dus: vraag je bij elke ‘welke’ die je intypt af of het ook ‘die’ of ‘dat’ kan zijn. Zo zorg je ervoor dat je bloeiende teksten niet voortijdig verwelken.

Schrijf je dit woord aan elkaar of los?

In het Nederlands schrijven we samengestelde woorden – samenstellingen – aan elkaar. Dus woorden als kerstdiner, maansverduistering, basiskennis en directievergadering krijgen geen spatie in het midden. Samen vormen ze één woord en daarom plakken we ze aan elkaar.

Misschien is het de invloed van het Engels die ervoor zorgt dat mensen twijfelen over ‘standaardoplossing’, ‘hiv-virus’ of arbodienst. In het Engels schrijf je namelijk veel woorden los, ook al verwijzen ze naar één begrip.

Hoe kun je nu zeker weten dat iets een samenstelling is? Een samenstelling is een woord dat uit twee zelfstandige naamwoorden bestaat, maar dat verwijst naar één ding of één begrip. Soms bestaat een samenstelling zelfs uit drie woorden, zoals ‘rugzaktoerisme’. Samenstellingen kunnen ook bijvoeglijk naamwoorden bevatten, bijvoorbeeld ‘tweedekansonderwijs’ en ‘langetermijnplanning’.

Neerlandici ergeren zich enorm aan de tendens om samenstellingen los te schrijven. Ze zijn helemaal overstuur door de officiële spelling van het Rijksmuseum:  Rijks Museum. Zo’n gerenommeerd museum en dan de regels van de Nederlandse taal overtreden. Dat kan toch niet?

Kijk ook eens op de website van de stichting Signalering Onjuist Spatiegebruik: spatiegebruik.nl.

Een alinea als een damesrok: niet te kort en ook niet te lang

zwarte rokVoor de lengte van een alinea in een brief, een advies of een beleidstekst geldt hetzelfde als voor een damesrok. Te kort is niet netjes; te lang is tuttig en saai. Gebruik daarom voldoende zinnen om een alinea op te bouwen, maar overdrijf het niet. Een alinea bestaat uit drie tot zes regels. Schrijvers van sterke teksten houden zich daaraan.

Een te korte alinea ziet eruit als een ongeleid projectiel. Heeft de schrijver eigenlijk wel goed nagedacht over zijn betoog? Het andere uiterste – één lange, grijze brok tekst – ontmoedigt de lezer ook. Zo’n lap tekst zonder alinea’s noem je ook wel een ‘tekstbaksteen’. Niemand heeft zin om zich daar doorheen te ploegen.

Natuurlijk is het geen misdrijf als je een keer negen zinnen gebruikt in een alinea, want taal is geen wiskunde. Bijna alle stijlrichtlijnen gelden bij benadering; ze zijn niet absoluut. Maar een korte alinea geeft het meeste overzicht voor de lezer.

De eerste zin van je alinea is de belangrijkste. Daarin maak je je punt. Soms vormen de eerste twee zinnen samen de kern. Dat kun je in deze alinea zien. Daarna geef je een toelichting. Je mag dus geen nieuw hoofdonderwerp aansnijden. Hoe merk je het als je dat toch doet? Dat is vrij simpel! Dan wordt je alinea heel gemakkelijk te lang.

Wil je weten of je alinea’s kloppen en je rode draad helder is? Lees dan van elke alinea alleen de eerste zin. Vormen deze zinnen tezamen een goede, complete samenvatting van je tekst, dan zit je goed. Je hebt je tekst dan zo sterk geschreven dat je lezer deze gemakkelijk kan volgen. En daar doe je het allemaal voor, toch?