Een alinea als een damesrok: niet te kort en ook niet te lang

zwarte rokVoor de lengte van een alinea in een brief, een advies of een beleidstekst geldt hetzelfde als voor een damesrok. Te kort is niet netjes; te lang is tuttig en saai. Gebruik daarom voldoende zinnen om een alinea op te bouwen, maar overdrijf het niet. Een alinea bestaat uit drie tot zes regels. Schrijvers van sterke teksten houden zich daaraan.

Een te korte alinea ziet eruit als een ongeleid projectiel. Heeft de schrijver eigenlijk wel goed nagedacht over zijn betoog? Het andere uiterste – één lange, grijze brok tekst – ontmoedigt de lezer ook. Zo’n lap tekst zonder alinea’s noem je ook wel een ‘tekstbaksteen’. Niemand heeft zin om zich daar doorheen te ploegen.

Natuurlijk is het geen misdrijf als je een keer negen zinnen gebruikt in een alinea, want taal is geen wiskunde. Bijna alle stijlrichtlijnen gelden bij benadering; ze zijn niet absoluut. Maar een korte alinea geeft het meeste overzicht voor de lezer.

De eerste zin van je alinea is de belangrijkste. Daarin maak je je punt. Soms vormen de eerste twee zinnen samen de kern. Dat kun je in deze alinea zien. Daarna geef je een toelichting. Je mag dus geen nieuw hoofdonderwerp aansnijden. Hoe merk je het als je dat toch doet? Dat is vrij simpel! Dan wordt je alinea heel gemakkelijk te lang.

Wil je weten of je alinea’s kloppen en je rode draad helder is? Lees dan van elke alinea alleen de eerste zin. Vormen deze zinnen tezamen een goede, complete samenvatting van je tekst, dan zit je goed. Je hebt je tekst dan zo sterk geschreven dat je lezer deze gemakkelijk kan volgen. En daar doe je het allemaal voor, toch?